luchtmens

grond onder de voeten / hoofd dat hemelt


Tot bezit

In het voorjaar van 2022 verwelkomde ik dichter en filosoof Shari Van Goethem voor een korte schrijfresidentie in Roeselare. We bezochten er op uitnodiging het Eden Kunstenfestival en lieten ons inspireren door creaties van binnen- en buitenlandse kunstenaars over de universele thema’s in Genesis en door de verschillende interpretaties van de tuin van Eden.

Hieruit volgde een intense samenwerking waarbij we twee jaar lang in dialoog op zoek gingen naar een manier om de gelaagdheid van Eden via poëzie aan het licht te laten komen. We schreven een alternatief scheppingsverhaal, legden schuld en onschuld in de weegschaal, wierpen schaamte op om die meteen ook weer te bezweren. Daagden elkaar uit dat stukje oergrond steeds verder open te breken om de krijtlijnen van wat er op het spel staat bloot te leggen. Eden werd zowel een plaats van troost als een bron van conflict waarin het heilige en het wereldse, het ideale en het werkelijke voortdurend in elkaar overliepen.

Kunstenfestival Eden (Cultuur@Kerk-in-Roeselare)

Waar schaduw uit de bomen valt (2024, Uitgeverij P), de bundel waarin onze gedichten uiteindelijk een plek kregen, werd onze poging om de tuin als een dynamisch landschap-in-beweging verder te laten leven, niet als een statische plaats waar alles volmaakt en perfect is, maar als een ruimte waarbinnen het mogelijk is de mens een plaats toe te kennen ten overstaan van een wereld voortdurend in verandering.

Deze ‘samenzang’, zoals Dietske Geerlings het zo mooi benoemde in haar recensie op Tzum, kon alleen tot stand komen door voortdurend af te stemmen, waarheden in vraag te stellen, perspectieven om te keren, elkaars eigenheid en eigen stijl te respecteren. Het is net deze gedeelde intense betrokkenheid die ervoor zorgde dat de verzen van beide stemmen gingen samenhoren, gaandeweg in elkaar begonnen over te lopen.

Toen interviewster Heleen Debruyne me op de eerste bundelvoorstelling vroeg wat mij tijdens het schrijfproces opgevallen was aan de stijl van Shari, antwoordde ik zonder aarzelen dat ik onder de indruk was geweest van haar vermogen om met zeer weinig woorden een zeer grote betekenisruimte te openen. Shari schrijft spaarzaam, bijna terughoudend, maar precies in die soberheid ontvouwt zich een hele wereld.

Haar poëzie suggereert meer dan ze benoemt en vertrouwt erop dat betekenis ook ontstaat in wat wordt weggelaten, in de stilte tussen de woorden. En ik geef toe, er zijn natuurlijk nog best wat dichters die deze gave toebedeeld zijn, maar dat doet niets af aan de geheel eigen filosofische en soms haast spirituele manier waarop Shari deze betekenisruimte laat oplichten en verder uitdijen. Het korte gedicht Tot bezit, mee opgenomen in de bundel en hieronder terug te vinden, is hier voor mij een treffend voorbeeld van.

Tot bezit

een aanraking is uitgesloten
zonder tegendruk, ook al draag je
de heilige grond van een ander
in je open handen naar de top
van een berg, je palm is weerstand
die je op kunt drijven, door je vingers
dicht te knijpen, tot je schendt
wat is gewijd

Dit gedicht ontvouwt zich als een bijna ascetische beschouwing over onze relatie tot de ander, over hoe zorgzaam we die tot stand brengen en welke rol macht en verantwoordelijkheid hierin spelen. De openingsregel – ‘een aanraking is uitgesloten / zonder tegendruk’ – zet meteen de toon: nabijheid is nooit neutraal. Elke vorm van dragen, vasthouden of beschermen impliceert een spanningsveld (druk – tegendruk) en brengt dus meteen ook risico’s met zich mee. De lezer wordt van bij aanvang geconfronteerd met de dunne scheidingslijn tussen eerbied en het miskennen of aantasten ervan.

Met beelden die zowel concreet als gelaagd zijn bouwt Shari dit spanningsveld verder uit. De verwijzing naar ‘de heilige grond van een ander’ is intiem en lichamelijk, maar opent het gedicht naar grotere, collectieve thema’s. De hand die ‘de heilige grond van een ander / in je open handen naar de top / van een berg’ draagt, is tegelijk een haast ritueel beeld van zorg en opoffering, en van subtiele machtsuitoefening. Die open hand lijkt onschuldig, maar blijkt dat niet te zijn. Zelfs een palm is ‘weerstand’, een oppervlak dat richting geeft, stuurt en vormgeeft. In dat ene woord wordt een hele ethiek samengebald.

Juist hier toont zich de kracht van Shari Van Goethems stijl. De metafoor van de palm en de vingers die zich sluiten, maakt zonder omhaal voelbaar hoe nabijheid kan omslaan in beheersing. Wat begint als dragen, eindigt in knijpen; wat bedoeld is als zorg, wordt bezit. Die overgang wordt niet uitgelegd of uitgesponnen, maar eenvoudigweg getoond, waardoor de lezer zelf de ongemakkelijke implicaties moet doorvoelen. De regel ‘tot je schendt / wat is gewijd’ klinkt daardoor niet moraliserend, maar als een sobere waarschuwing: goede bedoelingen beschermen niet tegen schade of misbruik.

Collage: Shari Van Goethem

Ook op relationeel niveau blijft het gedicht opvallend open. Het stelt vragen zonder ze te beantwoorden: Hoe blijf je nabij zonder de ander te beperken? Hoe neem je verantwoordelijkheid zonder autonomie te ondermijnen? De bergtop suggereert een hoger doel – groei, verheffing, redding – maar precies dat ideaal vergroot de druk. De ander dreigt niet meer gedragen te worden om zichzelf, maar om wat hij of zij moet worden. Met enkele zorgvuldig gekozen beelden wordt zo een complex netwerk van betekenissen zichtbaar gemaakt.

De titel Tot bezit versterkt deze lezing op een bijna onopvallende manier. Het woord ‘tot’ markeert een grens die langzaam en ongemerkt wordt overschreden. Bezit verschijnt niet als een bewuste daad, maar als het resultaat van te veel vasthouden. In die zin belichaamt het gedicht precies wat mij tijdens het gezamenlijke schrijfproces zo trof aan Shari Van Goethems werk, namelijk haar vermogen om met weinig woorden zo veel te laten gebeuren.

Het gedicht weigert eenvoudige antwoorden en blijft hangen in een fragiele balans. Hoe geef je ruimte zonder los te laten, hoe draag je zonder te bezitten? In die open spanning schuilt de kracht van zowel dit gedicht als haar poëtica. De dichter dwingt de lezer niet tot een conclusie, maar tot aandacht, tot het nauwkeurig bekijken van de eigen handen en het voelen van de druk die zij uitoefenen. Precies daar, waar het heilige niet vastligt maar kwetsbaar wordt door menselijke handen, sluit het gedicht aan bij een groter project dat Eden niet benadert als een verloren paradijs, maar als een morele en existentiële proefruimte.

Wie vandaag de ecologische crisis onder ogen ziet, voelt hetzelfde dilemma. We willen de aarde omarmen als een kostbaar geschenk terwijl industrieën bossen kappen, rivieren vervuilen en ecosystemen uitputten. Activisten en klimaatbewuste burgers proberen kwetsbare gemeenschappen te steunen, bossen te behouden, oceanen schoon te houden, terwijl hun inspanningen voortdurend worden uitgedaagd door economische belangen, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en politieke inertie. Het is voor hulpverleners ook voortdurend zoeken naar het juiste evenwicht tussen zorg en controle, tussen steun bieden en zich ervoor te behoeden het zelfbeschikkingsrecht van anderen te schenden.

Te veel vasthouden – een te directe interventie, een te sterke controle – kan net zo schadelijk zijn als niets doen. Het heilige dat men wil beschermen, wordt dan versmacht. De regel ‘een aanraking is uitgesloten / zonder tegendruk’ is in dit opzicht sprekend. Actie of interventie in een systeem roept altijd een reactie op, en wie de lasten van armoede, migratie of klimaatverandering ziet, kan niet blind blijven voor de consequenties ervan.

Tot bezit is een gedicht dat de lezer direct in een wereld plaatst waar aanraking en verantwoordelijkheid gewicht hebben. Het draagt een spanning die tegelijkertijd fysiek, emotioneel en ethisch is. In de hand die iets heiligs vasthoudt gaat een universele waarheid schuil: wie bezit of zorg wil dragen, loopt altijd het risico te versmachten wat hij probeert te eren.

Collage: Shari Van Goethem