luchtmens

grond onder de voeten / hoofd dat hemelt


De afdruk van een ogenblik

De reiziger (pauze)

Er is een aangename stilte
tussen hen.
vloeibaar zoals de scherpe witte wijn
en als het hete druppelende was
dat opgevangen met zijn vingertoppen
langzaam stolt.
Voorzichtig met de nagels losgemaakt
laat hij de zachte kapsels achter
op het marmer van de tafel –
zijn vage vingerafdrukken
eringeprent.

(Uit: Het souvenirswinkeltje van Lukas, Patricia Lasoen)

In 1972 verscheen Het souvenirswinkeltje van Lukas bij Paris-Manteau, in de prestigieuze poëziereeks die onder redactionele leiding stond van Paul Snoek. Als dichter en reeksleider gaf Snoek er een podium aan een nieuwe generatie Vlaamse dichters, onder wie Patricia Lasoen. Hoewel haar poëzie vaak met het Vlaams nieuw-realisme wordt verbonden, toont deze bundel al hoe haar werk zich niet zonder meer binnen dat kader laat lezen.

De reiziger (pauze) is het vierde gedicht van een cyclus van zeven gedichten rond de figuur van de reiziger waarmee Het souvenirswinkeltje van Lukas opent. De cyclus leest als een fragmentarisch levensverhaal waarin een raadselachtige vreemdeling achtereenvolgens verschijnt, zich hecht, afscheid neemt, met geweld wordt geconfronteerd en uiteindelijk ook zichzelf dreigt te verliezen. Tegen die narratieve achtergrond neemt De reiziger (pauze) een bijzondere plaats in. Precies halverwege de cyclus onderbreekt Lasoen de voortgang van het verhaal met een ogenblik van verstilling. Niet de reis of de gebeurtenissen staan hier centraal, maar een gedeelde stilte waarin de tijd even lijkt stil te vallen. Daardoor wordt dit gedicht het emotionele middelpunt van de cyclus, een kortstondig moment van nabijheid dat achteraf des te kostbaarder blijkt, omdat de lezer weet dat het niet zal standhouden.

Lasoen laat zien hoe poëzie het nauwelijks waarneembare kan vasthouden. Het gedicht speelt zich af in de ruimte tussen twee woorden, in een stilte die niet leeg is, maar geladen. De reiziger is niet zozeer iemand die zich door de ruimte beweegt, als wel iemand die voor een ogenblik buiten de tijd lijkt te staan. Het woord pauze in de titel duidt op de tijdelijke stilstand die het gedicht binnen de cyclus vormt, een ogenblik waarin de wereld haar haast verliest en de aandacht zich volledig richt op het vluchtige.

Opmerkelijk is hoe Lasoen die stilte niet abstract houdt, maar haar een materiële vorm geeft. Ze is ‘vloeibaar zoals de scherpe witte wijn’, vervolgens ‘als het hete druppelende was / dat opgevangen met zijn vingertoppen / langzaam stolt’. De beeldspraak volgt een subtiele transformatie. Wat eerst vloeibaar is, krijgt langzaam een vaste vorm. Het ongrijpbare wordt tastbaar, de stilte krijgt als het ware een huid.

De gestolde was vormt dunne omhulsels rond de vingertoppen, die voorzichtig worden losgemaakt en op het koele marmer achterblijven. In die fragiele vormen staan de vingerafdrukken geprent. Het slotbeeld is daarom bijzonder ontroerend. De zachte waskapsels blijven achter op het marmer, met de afdruk van de vingers erin. Zij zijn tegelijk uiterst tijdelijk – een zucht of een beweging volstaat om ze te doen verdwijnen – en verrassend duurzaam, omdat ze een herinnering bewaren. Lasoen suggereert dat menselijke nabijheid zich niet vastzet in verklaringen of beloften, maar in kleine materiële resten: een afdruk, een spoor, een object dat getuigt van een gedeeld ogenblik.

Dat de afdruk zo centraal staat, is niet toevallig. Het beeld verwijst naar een oude cultuurhistorische symboliek. Sinds de Oudheid werd was gebruikt om te schrijven, te verzegelen en indrukken vast te leggen. In de klassieke filosofie vergelijkt Plato het geheugen met een wastablet waarin ervaringen zich afdrukken. Ook bij Lasoen blijft niet de gebeurtenis zelf bewaard, maar het spoor dat zij nalaat. Vanuit dat perspectief krijgt ook de bundeltitel Het souvenirswinkeltje van Lukas een bijzondere bijklank. Een souvenir bezit immers nauwelijks materiële waarde, het ontleent zijn betekenis aan de herinnering die erin besloten ligt. De achtergelaten waskapsels functioneren precies als zo’n souvenir. Ze bewaren niet de ontmoeting zelf, maar de stille aanwezigheid ervan.

Binnen de cyclus krijgt dat spoor nog een diepere betekenis. Na deze pauze volgen de scheiding, de moord en ten slotte het geleidelijke verlies van identiteit. De reiziger houdt zich in het laatste gedicht wanhopig vast aan namen, woorden en kenmerken ‘om niets te vergeten’. De afdrukken in de was blijken achteraf de eerste tastbare tekens van wat de hele cyclus zal bezighouden, namelijk de poging van de reiziger – en misschien van ieder mens – om iets van zichzelf en van zijn ontmoetingen te bewaren in een wereld waarin alles onvermijdelijk verdwijnt.

De reiziger (pauze) is daarom niet alleen een gedicht over een intieme stilte, maar ook het kwetsbare geheugen van de hele cyclus. Het is het moment waarop de reiziger nog niet wordt getekend door het verlies dat later in de cyclus volgt, terwijl de lezer achteraf beseft dat juist deze broze, haast onopgemerkte herinnering het enige is wat werkelijk standhoudt.

Tegelijk sluit het gedicht aan bij een bredere lijn in Het souvenirswinkeltje van Lukas. Naast de meer observerende gedichten, waarin de werkelijkheid nauwkeurig wordt geregistreerd, zijn er ook verhalende en portretterende teksten waarin die werkelijkheid persoonlijker, beeldender en melancholischer wordt. De reiziger (pauze) is daarvan een treffend voorbeeld. Het gedicht is een verhalend miniatuur, een portret van een ogenblik waarin een zintuiglijke ervaring – de wijn, de was, de afdruk van de vingers – wordt omgevormd tot een geladen beeld van herinnering en vergankelijkheid. In die combinatie van concrete waarneming en innerlijke beleving ligt al iets besloten van de richting die Lasoens latere poëzie zou nemen.